Energieverbruik in Nederland

Het totale energieverbruik in Nederland stijgt nog steeds. In onderstaande grafiek is het verbruik vanaf 2011 weergegeven.

  • Ontwikkelingen energieverbruik
    In 2016 is het energieverbruik met 0,4 procent gestegen ten opzichte van 2015. De industrie, de grootste verbruiker, steeg met 0,8 procent. De handel steeg met 0,6 procent. In de energievoorziening daalde het energieverbruik met ruim 2 procent en in de landbouw, bosbouw en visserij was een stijging van 1,7 procent.

Bron: CBS (www.clo.nl)

  1. Energie in PJ’s voor omzetting in elektriciteit, stoom of warm water.
  2. Inclusief verliezen bij omzetting.
  3. Exclusief raffinaderijen en cokesfabrieken.
  4. Inclusief raffinaderijen en cokesfabrieken.
  5. Waaronder de land- en tuinbouw, bouw, en handel, diensten en overheid.

Opgemerkt dient te worden dat hier alleen het directe energieverbruik wordt getoond van de huishoudens, verkeer en vervoer. Het indirecte energieverbruik van consumenten komt terug in het directe energieverbruik van de industrie voor het vervaardigen van producten en leveren van diensten.

Opvalt is dat m.n. de industrie het grootste deel van het totale energieverbruik voor zijn rekening neemt. In deze categorie is een duidelijke stijging waarneembaar.

Als consument kunnen we het directe energieverbruik van de industrie beïnvloeden door een aangepast consumptiepatroon te kiezen. Het gaat dan vooral om een keuze voor minder energie-intensieve producten en op bepaalde punten ook simpelweg minder producten aan te schaffen.

Bij het produceren volgens het ‘cradle to cradle’ principe wordt gekeken naar oplossingen om de totale ‘benodigde’ energie tijdens de levensduur van een product zelfs in een positieve waarde om te zetten door tijdens de ontwerpfase betere oplossingen te bedenken. Dit zal niet in alle situaties mogelijk zijn, maar vast staat dat door andere eisen te stellen aan het ontwerp het grondstof (en dus ook energie) verbruik in belangrijke mate verminderd kan worden.

Het kunnen hergebruik (of omzetten in energie door efficiënte vuilverbranding) van de gebruikte materialen aan het einde van de levensduur is een belangrijk aspect om te komen tot duurzame oplossingen voor het gebruik van schaarse grondstoffen.

Vuistregel is dat kostbare producten in zijn algemeenheid veel energie verbruiken tenzij er in oorsprong duurzame oplossingen zijn bedacht voor de gehele levenscycles van het product. Koop daar waar mogelijk ‘duurzaam’ ontwikkelde producten en beperk onnodige consumptie.